Dennie Christian
Dit betreft een Fansite!!!Voor BOEKINGEN verwijs ik u door naar
www.bertelsinternational.nl (Benelux), www.denniechristian.com (Duitsland)
- Startpagina fansite
- Biografie
- Nieuws
- Stempagina
- Discografie
- Songs op alfabetische volgorde (welk nummer op welke CD)
- Songteksten
- Autogrammkaarten
- Schlagerfestival (Harry Thomas presenteert...)
- Aanmelden nieuwsbrief fansite
- Contact
- Officiële
Fanclub
webmaster van deze
Fansite is tevens
(mede)-fanclubleidster - Lid worden fanclub
- Overige Dennie-links
(van fans door fans)
| 'k
heb het verhaal, wat op de hoorspel-LP "De avonturen van Dennie Christian, de Slork en de Nardjanen" staat, op papier gezet. Klik hier om naar het verhaal te gaan Klik hier om terug te gaan naar alle LP-afbeeldingen ![]() |
Songteksten: Aaa Bbb Ccc Ddd Eee Fff Ggg Hhh Iii Jjj Kkk Lll Mmm Nnn Ooo Ppp Rrr Sss Ttt Uuu Vvv Www Zzz Stimmung |
De avonturen van Dennie Christian,
de Slork en de Nardjanen
| Vertelster: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Vertelster: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Vertelster: Nardjaan: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Nardjaan: Nardjaan: Dennie: Professor: Nardjaan: Nardjaan : Nardjaan : Professor: Dennie: Professor: Dennie: Vertelster: Dennie: Man: Vrouw: Man: Dennie: Man: Dennie: Vertelster: Technicus: Dennie: Technicus: Dennie: Technicus: Dennie: Technicus: Dennie: Technicus: Dennie: Technicus: Dennie: Technicus: Dennie: Technicus: Nieuwslezer: Dennie: Technicus: Dennie: Technicus: Vertelster: Dennie: Man: Dennie: Man: Dennie: Vrouw: Man: Dennie: Vrouw: Dennie: Vertelster: Telefoniste: Dennie: Telefoniste: Dennie: Telefoniste: Dennie: Telefoniste: Dennie: Telefoniste: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Professor: Dennie: Vertelster: Professor: Dennie: Agent: Dennie: Agent: Dennie: Agent: Dennie: Vertelster: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Vertelster: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Agent: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Dennie: Agent: Dennie: Agent: Dennie: Agent: Dennie: Agent: Dennie: Slork: Agent: Dennie: Agent: Dennie: Agent: Dennie: Agent: Dennie: Agent: Dennie: Agent: Dennie: Agent: Dennie: Agent: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Dennie: Vertelster: Dennie: Slork: Dennie: Slork: Vertelster: Dennie: Dennie: Vertelster: Dennie: Vertelster: Dennie: Vertelster: Dennie: Vertelster: Dennie: |
Eens,
niet zolang
geleden, woonde er een liedjeszanger aan een vredig laantje, vlak bij
een groot donker bos. Dennie heette hij. Omdat ie beroemd was en overal en altijd mensen naar hem kwamen kijken, vond ie het heerlijk om zo nu en dan heel stilletjes in zijn kleine, witte huis te zitten en niets te doen. Of eigenlijk bijna niets. Achter een beukenhaag had ie een klein tuintje waarin ie graag werkte. Er groeiden aarbeitjes, een struikje rabarber, een bedje sla... En tegen de muur van het schuurtje deden de tomateplanten hun best. 's Avonds legde hij een vuurtje aan in de openhaard en tokkelde wat op zijn gitaar. En altijd voor het slapen gaan, stapte hij even naar buiten om naar de sterren te kijken. Kijken of ie de Grote Beer zag, Orion en al die anderen. Dat vond ie mooi en het gaf hem een heel speciaal gevoel.... Onvoorstelbaar, al die sterren zijn zonnetjes met planeten net als de aarde. Misschien wonen daar ook wel mensen of zoiets. Misschien staat er daar vlak bij die hele grote ster ook een liedjeszanger naar de nacht te kijken. Die ziet dan onze zon staan en denkt: "Wat een mooie ster". Zo buurman, wat sta jij te mijmeren midden in de nacht? Man, je laat me schrikken. Ja, ik sta te mijmeren, maar heb je helemaal niet horen aankomen. Mooi hè, al die sterretjes. Tja, als man van de wetenschap vergeet je wel 's dat ze er ook zijn om zomaar 's wat bij te dromen. Zeg, professor... Kom, kom, buur. Niet zo officieel. Overdag ben ik professor. Da's waar. Maar 's nachts ben ik gewoon buurman. Oké, maar ik mag toch wel iets vragen, niet? Natuurlijk! Als ik je ergens mee helpen kan. Nou, ik stond me net af te vragen of het mogelijk was, dat daar ergens in de ruimte mensen wonen op andere planeten. Mensen zo ongeveer net als wij. Die ook even een praatje staan te maken. Ja, dat zou ik zeggen, jongen. Sterker nog, ik weet het zeker. Zeg uh, kun jij een geheimpje bewaren? Tuurlijk, wat uh, is er dan? Je weet dat ik bij de sterrenwacht werk, hè. Nou zijn we daar al jaren op zoek naar die mensen waar jij het over had. Met enorme apparaten luisteren we naar de hemel of we geen signalen kunnen opvangen. Piepjes uit de ruimte waar wij uit kunnen opmaken dat daar ergens ver weg andere intelligente wezens ook met radio's aan de gang zijn. Kun je me volgen? Bedoelt u dat jullie inderdaad radioseinen opvangen? Inderdaad. Maar dat is lang niet alles. Al jaren lang horen wij heel duidelijk piepjes uit die richting komen. Zie je daar die poolster? Die grote daar vlak naast die boom? Nee, meer naar rechts. Ja, die! Nou, en kijk dan een stukje lager...en een beetje naar links. Precies. Daar zie je nou drie sterren bij elkaar staan, hè. En die piepjes komen duidelijk van die ster. Goh, echt waar? Het wordt al veel gekker, man. Wij weten vrijwel zeker, dat ze, wie het dan ook mogen zijn, vandaag of morgen hier naar toe komen. Wat? Bedoelt u, dat 't hier vandaag of morgen krioelt van een soort Marsmannetjes? Kalm nou maar, kalm nou maar. Wij weten werkelijk niet hoe ze er uit zien, waar ze terecht komen en wat ze komen doen. Maar....ze komen! Ergens hier vlakbij hebben mensen vreemde lichtjes gezien. Stropers, dachten ze. Maar wij weten wel beter. Het zijn ze! En wat wij nou aan het proberen zijn, is contact met ze te maken. Goeiedag! Zeg, Professor, weet u dat allemaal heel zeker? Ja, heel zeker, jongen. Heel zeker! Als ik jou was, ging ik maar slapen. Want we gaan een roerige tijd tegemoet, hoor. Ga maar slapen, zegt ie. Nou, buurman, na wat jij me verteld hebt, doe ik geen oog meer dicht. Nou, kalm nou maar. Als er echt iets is, dan ben jij de eerste die het hoort. Kom, ik ga m'n bed maar 's opzoeken, want er komt morgen weer een drukke dag. Goeienacht! Aardige man, die Professor. Maar soms denk ik wel eens dat hij niet goed snik is. Piepjes en lichtjes die hier heen komen. Kom nou. Ik ga maar eens een tukkie doen. Het is al laat. Het was een mooie dag geweest en Dennie was moe. Al gauw viel ie als een blok in slaap. En wist van geen Professor, piepjes of lichtjes meer af. Maar tegen de ochtend kreeg hij een vreemde droom.... Hé, Professor, wat toevallig dat ik u nu alweer tref. Noem me toch geen Professor, jongen. Zeg maar gewoon buur of buurman. Noem me desnoods bij m'n voornaam. Zeg maar gewoon Fried. Nou, daar zal ik moeilijk aan wennen. Ik hou het op buurman. Vertelt u eens, waar zijn we nou? Tja, daar vraag je me wat. Exact kan ik je vraag natuurlijk niet beantwoorden. Maar het lijkt me, dat we geland zijn op een tot nu toe onbekende planeet. Tja, zoiets dacht ik al. Het ziet hier allemaal zo vreemd uit. Die planten, die zijn allemaal paars en daar, kijk daar eens wat daar aan komt. Hoort u dat Professor? Jazeker, jongen. Een vreemd geluid voor een vogel. Vind je niet? Maar het gekste was, dat ie een slurf had. Je zou haast zeggen, dat het het beroemde lokomokip kachelfantje was. Nee jongen. Dat is geen wetenschappelijke benadering. Kom, laten we eens verder gaan kijken. Wie weet wat we nog meer zullen ontdekken. Zeg Prof. Is dat een vlinder of hoe heb ik het nou? Ik weet het niet. Ik weet het niet. In ieder geval een dier dat er uit ziet als een vlinder. Maar, maar dat geluid. Tja, misschien is 't ook wel geen dier. Heeft u trouwens al gezien dat de lucht geel is? Kanariegeel? Verhip zeg. Da's vreemd. Heel vreemd wat je zegt. Maar Dennie, Dennie, kijk 's daar. Maar dat is enorm. We moeten hier weg. Het komt recht op ons af. Het is enorm. Oei, dat scheelde maar een haar, zeg. Wat een gevaarte. Zoiets heb ik nog nooit gezien. Eerst dacht ik dat het een olifant was, maar toen het vlak langs ons... Tja, tja, tja, wat deed het eigenlijk. Rije, lopen, vliegen. En toen het vlak langs ons ging, meende ik toch duidelijk metalen plaatwerk te zien. En lichtjes. Een rare boel hier. Ik weet eigenlijk niet of ik deze droom wel zo leuk vind. Wat zeg je me nou? Is dit een droom? Zeg, voor dit soort flauwe kul leen ik me niet, hoor. Daar ben ik veel te geleerd voor. Maar ik kan er toch ook niets aan doen dat u hier bent. Wat zeg je? Nog brutaal worden ook. Hier, als je niet gauw bukt, dan krijg je deze blauwe appel voor...... Hé, wat, wat een droom. Krankzinnig. Ik zat geloof ik op één of andere planeet met rare beesten, die gekke geluiden maakten. En een gele lucht. Nou ja, ik ga maar weer slapen. Maar Dennie was niet zomaar van zijn gekke droom af. Hij was nog maar net weer in slaap gevallen of daar begon die malligheid weer opnieuw. Maar dit keer was ie in een gebouw. Samen met z'n buurman, de Professor, loerde hij door een deur, die half open stond een zaal binnen, waarin een soort vergadering aan de gang was..... En daarom stel ik voor, meneer de voorzitter, om het gebruik van ikeleuse aanvatters met kracht te bevorderen. Wat is dit nou, Professor? Zeg maar buurman, hoor. Dit is, dit is de grote raad van Nardja. Nardja? Ja, ja. Dit is de planeet waar we ons thans bevinden. En we nemen nu een kijkje en een vergadering van de grote raad. Hier wordt alles beslist wat er op Nardja moet gebeuren. Worden hier ook de ruzies uitgevochten? Ruzies? Welnee! Die kennen zie hier niet. Nee zeg, het is de aarde niet. Wat zien die Nardjanen er trouwens grappig uit met al dat haar en dan die kleuren. Hij lijkt wel... Stil! Praat nou niet zoveel! Luister liever wat ze te zeggen hebben. Het gaat over ons. Het lijkt me daarom het beste, meneer de voorzitter, om Pio en Niro naar de aarde te sturen en die te onderzoeken door middel van de Slork. Moet dat nou? De Slork. Luister nou, zeg. De kans is groot dat er op aarde mensen wonen. En dan werken met de Slork. Iedereen schrikt zich een teutelaar. Wat is een teutelaar? Stil nou! Een beest of zo. Stil hoor! Man laat me niet lachen. Mensen op aarde. We vangen al jaren allerhande signalen op, maar geen lachpiepjes. Alleen technische fratsen. Nee, ik geloof nooit dat er mensen wonen. Misschien zijn 't wel mensen die niet lachen Neem me niet kwalijk. Mensen die niet lachen. Nee, beste Lio. Ik mag je graag, maar dit is leuter-fleuter. Nee, we kunnen daar met een gerust hart de Slork naar toe sturen. Dan weten we eindelijk 's hoe 't er daar uit ziet en wat er aan de hand is en of we misschien een handje kunnen helpen. Hoor je dat Dennie? Ze komen! Maar wat is in vredesnaam een Slork? Nou, dat zul je wel zien. Hier, die lift in. Zo jongen, hier in deze gang woont de Slork. Even kijken of we 'm mogen storen. Dennie, mag ik je even voorstellen...... Wekker gaat af! Wel allemensen! Rot wekker! Hmm, begint 't net leuk te worden. Wil ik weten hoe die Slork eruit ziet, gaat dat rotding af. Nou ja, als ik nou weer ga slapen, droom ik toch weer wat anders. Laat ik er maar uitgaan. Ik moet toch om negen uur in de studio zijn. Die ochtend probeerde Dennie echt om alles zo normaal mogelijk te doen. Maar hij kon er zijn hoofd niet bij houden. Hij zette thee in de koffiepot. Poetste zijn tanden met z'n kam. En stapte verkeert op z'n fiets. Dat had ie al gauw in de gaten, want een tuinhekje is verdraaid hard als je er tegen aan botst en een bloembed is helemaal niet mooi als je er op je kop in terecht komt. Maar eindelijk raakte Dennie dan op pad. Maar niet alleen hij was een beetje van de kook. Ook in de stad was alles lang niet pluis......... Vijf voor negen, dat haal ik nog net. Als ze tenminste weer niet één of andere straat opengebroken hebben. Hé, wat nou? Nou nou, dat ziet er ernstig uit. Afijn, nou geen tijd om er achteraan te gaan. Lees ik vanavond wel in de krant wat er gebeurd is. Ho, stoplicht op rood. Nou, dat is toch wat, hè. Je zou bijna niet meer door de stad durfen. Ach man, daar zeg je me wat. Je durft inderdaad bijna niet meer door de stad. Net wat ik zeg. Nee, het is wat met al die stoplichten. Nou, hoezo stoplichten. Nee, wij bedoelen die toestand met die vreemde wezens. Hé, groen. Op de pedalen. Wat zou die vent nou bedoeld hebben. Nou ja, ik ben d'er zo. Welgemoed stapte Dennie de platenstudio binnen. Daar trof ie een zeer merkwaardige toestand aan. Iedereen liep door de gangen te rennen. En toen ie in studio 6 aankwam om z'n gitaar warm te spelen, zei de geluidstechnicus tegen hem............ Oh wacht 's. Je weet dus van niks. Oh, vandaar dat je doodgemoedereerd hierheen komt gefietst. Wat is d'er dan, man. Vertel eens op. Ik schijn iets erg belangrijks gemist te hebben. Dat zou ik denken. Als ik jou was, zou ik maar 's beter naar de nieuwsberichten luisteren. Wat is er dan in vredesnaam gebeurd? Zijn vannacht mannetjes van Mars of zoiets geland op een veldje hier uh vlak buiten de stad. Wat? Ja, kijk je van op, hè. Iedereen werd aangeraden zoveel mogelijk thuis te blijven. Nou, als je toch wat in de stad te zoeken hebt, het zo snel mogelijk te doen. Ja, maar vertel 's. Wat zijn dat dan voor mannetjes? Hoe zien ze eruit? Zijn ze kwaadaardig? Of hoe zit dat? Ze hebben d'er tot nog toe één gezien. Maar iedereen verwacht dat 't er veel meer zijn. Heb je een plaatje of zoiets gezien van dat uhh Marsmannetje? Ja, ja, er stond een tekening in de krant van hoe ze denken dat ze d'er uitzien. Die ene die ze gezien hebben, was nogal gevaarlijk, ja. Enne...niemand heeft het goed kunnen bekijken. Ziet er in ieder geval uit als een bol. Groot en geel met haar. En het loopt op twee poten of eigenlijk hipst ie. En heeft ie twee ogen op steeltjes. Het schijnt een vreselijk nieuwsgierig beest te zijn, dat overal rondsnuffelt. Mensen schrikken zich de stuipen vanwege dat geluid dat ie maakt. Wat voor geluid? Uhh, ja. Ongeveer zo. Luister! Oh, klinkt wel leuk. Maar goed. Verder kunnen we hier weinig doen. Want de helft van het spul is d'er niet, hè. Die zitten allemaal thuis naar de TV te kijken. Naar de laatste nieuws over de invasie van Mars. Trouwens, uhh, effe de radio aanzetten. Horen of er wat nieuws is. We onderbreken de uitzending voor een kort nieuwsbulletin. De buitenaardse wezens, die vannacht in de omgeving van de stad Boemerdam geland zijn, hebben zich niet meer laten zien. Alleen één van hen bevindt zich in de binnenstad en omgrift het openbare leven. Het centrum waarin het wezen zich bevindt, is door de politie afgezet. Men verwacht hem binnen één à twee uur te overmeesteren als het wezen tenminste niet beschikt over geheime krachten. Zo schijnt het een sterke hypnotiserende werking om zijn omgeving te hebben. Wie zijn ogen ziet, raakt in de ban van zijn wil. Waar het wezen langs gekomen is, vindt men mensen die volkomen verbijsterd zijn. Allemaal hebben ze het over die ogen. Vanwege de geluiden die het voortbrengt, is het wezen inmiddels Slork genoemd. Dit was het nieuws! Dat is niet mis. Hij zit misschien wel vlakbij. Toch lijkt het beest mij niet zo gevaarlijk. Kan best. Ach, 't is allemaal paniek op niks af. Misschien is het wel een studentengrap. Je weet wel. Maar dan wel een heel goed uitgewerkte grap. Maar uhh, wat doen we nou? Nou niks. Naar huis lijkt mij. En zo stapte Dennie weer doodgemoedereerd op z'n fiets. Terug naar huis. Maar niet langs de kortste weg. Daarnet was ie nog flink geschrokken, maar nu was ie eigenlijk erg nieuwsgierig geworden. Hij zou die Slork wel 's willen zien...... Hier 's afstappen. Daar bij al die mensen is misschien wel iets te zien. Oh, ik zie het al. Een vrachtauto dwars door een muur gereden. Meneer, weet u wat hier gebeurd is? Uhh, een vrachtauto zag de Slork hoppen. Schrok zo dat ie zijn stuur verloor en nou zit ie met de brokken. Zit die Slork hier dan in de buurt? Wat zeg ik? Slork, Slork... Ja, Slork. Kan toch! Zo heet dat beest nou eenmaal. Slork? Maar vannacht stond ik voor z'n deur te kloppen. Maar dan komt ie van Nardja. Hoe is dat nou mogelijk... Hé, wat is hier aan de hand? Oh, d'er is d'er één niet goed geworden. Dat mij dat niet eerder opgevallen is. Slork. Ik dacht nog; waar heb ik dat eerder gehoord? Dat moet ik de Prof vertellen. Zeg, gaat het wel met je? Moet ik je effe thuisbrenge? Nee, nee, nee. Het gaat wel! Dank u, maar ik moet er wel gauw vandoor. Het was een verwarde dag voor Dennie. Eerst was ie al begonnen met z'n tanden te kammen en z'n haren te poetsen met tandpasta. En daarna deed ie de ontdekking van z'n leven. Terwijl iedereen in opschudding was vanwege de Slork, kwam Dennie d'er achter dat ie die nacht tevoren van die Slork gedroomd had. Hij had in die droom heel precies gezien hoe die planeet eruit zag waar de Slork vandaan kwam. Dat moest hij z'n buurman, de professor, vertellen. Hij race-te naar huis en pakte de telefoon...... Met 't instituut voor interplaneteel onderzoek. Hallo juffrouw. Met Dennie Christian. Kan ik professor Lanterfant spreken? Het spijt me, meneer. Maar de professor is erg druk in verband met die Slork-kwestie. Ik mag hem niet storen. Ja maar juffrouw. Daar gaat het nou net om. Ik weet iets van die Slork. Wat weet u dan, meneer? Ja, uhh, luister 's. Dat gaat u niets aan! Geeft u me nou de professor, of niet! Erg vriendelijk bent u niet! Dat spijt me dan, maar ik ben ook zo opgewonden. Dat is leuk voor u. Hier komt de Professor voor u. Ja, hier met Lanterfant. Ja, Professor, met Dennie. Dennie? Wat Dennie. Oh, wacht even, de buurman. Ja, ja, ja, natuurlijk. Die Slork, Professor..... Heb ik het je niet gezegd gisteravond? Nou, je ziet het. Hij is gekomen. Een glorieus moment, vriend. Mijn oude schoolmeester zei nog tegen me: "Lanterfanter niet zo! Anders wordt je nooit iets bijzonders. En je ziet 't. Ik ben nu iets bijzonders. Ik heb de Lanterfanterus ontdekt. Ja maar Professor, ik heb het niet over de Lanterfanterus, maar over de Slork. Nou, dat is hetzelfde. Alleen Slork is volks en Lanterfanterus is meer wetenschappelijk. Oh, maar luister! Ik heb ook iets ontdekt. Gisteravond na ons gesprek heb ik nogal gedroomd. Heel vreemd. Moet u eens horen! En Dennie vertelde de Professor alles wat ie die nacht gedroomd had. Bijna ademloos luisterde de wetenschapsman toe...... Maar Dennie, wat je daar vertelt, is ongelooflijk. Natuurlijk helemaal niet wetenschappelijk, maar.....je weet maar nooit. Nardja, waar jij het over had, kan een bestaande planeet zijn. Alleen heten die dingen bij ons anders. Ze hebben namelijk een nummer. Och ja, maar wat doet het er nou toe. Uhh, jouw droom heeft wel een heel bijzonder licht geworpen op de Lanterfanterus, hoor. Ja, nou, uhh, bonjour en bedankt voor je telefoontje, hè! Buiten hoort Dennie lawaai en gefluit. Hoe doet de deur open om te zien wat er op straat gebeurd. Wat krijgen we nou? Politie en ze hebben honden bij zich. Het lijkt wel of ze een ontsnapte gevangende zoeken. Zeg meneer, u mag wel oppassen en alles op slot doen. En blijft u vooral binnen. Dat is veiliger. De Slork is hier in de buurt. Oh, dank u! De Slork. Ze maken jacht op hem alsof het een soort gevaarlijk beest is. Maar ik weet het wel beter. Daar moet ik wat aan doen. Naar boven, de ladder op en dan kan ik door het luik op het dak komen. Ziezo, van hieruit heb ik een prachtig overzicht. Hé, wat is dat? Daar gaat ie. Ja, dat is 'm. Wat een grappig beest. Ik zal 'm eens een handje helpen. Hé, Hela, politieman. Ik zie 'm. Ik zie de Slork. Wat zegt u? Ik zie de Slork. Hij gaat die kant op. Bedankt voor de tip. Mannen, die kant op! Hahaha, ze zijn erin getrapt. Als nou die Slork maar in de gaten heeft, dat hij hier naar toe moet komen. Ik zal eens roepen. Hé, Slorkie, hierheen. Slorkie. Verdraaid, hij heeft me in de gaten. Hij komt hierheen. En zo maakte op die dag voor 't eerst in de geschiedenis een mens kennis met een wezen van een andere planeet. Iedereen had zich dat moment heel anders voorgesteld. Veel officiëler. Met vlaggeparades, presidenten in nette pakken, die handen schudden. Duizenden mensen op de been. Maar dit keer niets van dat al. Het ging heel gewoon. Zo......... Ja, kom maar. Hierheen. Kom maar hierheen. Hier ben je veilig. Dag mevrouw, meneer. Heel aangenaam. Ik, ik, ik ben wat jullie noemen de Slork. Noem mij dus gewoon maar Slorkie of zoiets. Ik ben Dennie. Tja, ikke uhh, ik zou u graag een hand willen geven, maare ik weet eingelijk niet waarmee. U heeft geen handen of zo. Och, een aai over de bol is ook goed. Oh, uh, ja, uh, ja natuurlijk uh. Hoe maakt u het? Het kon beter. Erg vriendelijk is men hier niet. Als ik dit allemaal op Nardja vertel, geloven ze me niet. Waarom niet? Je kunt je toch voorstellen dat die mensen nogal geschrokken zijn? Ach, jawel, maar toch. Je voelt het hier overal. A...a...a... gressie, agressie. Er is hier te weinig vriendschap. Maar ik zie dat jij een ui...ui...uitzondering bent. Ik...ik...ikkkk... zie kkk dat kkk jij kkk.... Uhh Slorkk, wat is er met jou? Hé, wat is er? Zeg 's iets! Kkkk ik ben niet kkkk goed kkkpffff. Lieve help, wat moet ik doen? Hij zakt langzamerhand in mekaar. Oh wacht, misschien moet hij iets eten. Eten? Tja, dat lijkt op knikken. Maar wat eet een Slork? Een appeltje? Nee, geen appeltje. Wat dan? Een boterham? Weer nee! Wat? Waar kijk je nou naar, Slorkie? Naar die lamp? Maar wat wil je daarmee? Wat doe je nou? Je steekt die lamp in je mond. Maar dat kan toch niet. Wat doe je nou? .......... Kijk 's. Hij begint weer te bewegen. Hij komt weer bij. Nee, dat was lekker (boer). Dat heeft gesmaakt. Lekkerrr stroompie heb je hier. Bedoel je dat je elektriciteit eet? Ja, ja, ik leef van elektriciteit, haha. Zo ben ik nu eenmaal gemaakt. Bedoel je dat je gemaakt bent in een fabriek of zo? Nee, dat niet. Maar ik ben wel in elkaar geknutseld door de grote Magnus. Wie is dat nou weer? Is bij ons de Opperbastelaar. Die heeft mijn ba ba ba bast gemaakt. De grote Magnus heeft jouw bast gemaakt? Ja, met magneten dus. Daar is Magnus goed in. Jaja, nou, dat zal wel. Maar vertel 's. Hoe kom je hier eigenlijk terecht? Pio en Niro hebben me gebracht. Gewoon net als anders. Hè, toe nou Slorkie. Toe nou. Niet alsof dat allemaal gesneden koek is. Hoe kan ik dat nou weten. Ja, ja, je hebt gelijk. Nou, dat dat dat zit zo.... En de Slork vertelt Dennie, dat ie van de planeet Nardja komt. En dat ie net als in Dennie's droom erop uit is gestuurd met Pio en Niro om de aarde te onderzoeken. Pio en Niro zijn twee Nardjanen die met hun vliegende schotel zolang in een baan om de aarde zitten. De Slork hebben ze eruit gezet om het verkenningswerk te doen. Alles wat de Slork ziet, hoort, voelt en ruikt, slaat ie op in een erorm geheugen. Vandaar dat de Slork eigenlijk alleen maar een groot hoofd is vol geheugen. Meer heeft zo'n Slork niet nodig. Dennie kan het allemaal maar nauwelijk geloven.... Ik geloof dat ik nu toch maar eens naar de Professor moet gaan. Nee, nee, alsjeblieft niet. Geen wetenschappers. Ik weet precies wat er dan gebeurd. Ze willen het kousje van de naad, uh, het kaadje van de nous, uh, het naadje van de kous weten. En slopen me helemaal uit elkaar. Maar ze vergeten dat de grote Magnus me niet alleen magneten, maar ook een hart heeft gegeven. Al zit het wat a...a...anders in elkaar dan bij jou. Oh, dus geen Professor. Nee, nee, ik heb al genoeg ellende gehad. Ik werd me door jou soort opgejaagd aaa...alsof ik een mmm...i...a misdadiger ben. Er klopt iemand op de deur. Meneer Christian, doet u 's open? Vlug, verstop je! De keuken in! Wwwat is nou weer een keuken? Daar, door die deur. Daar kan ik nooit doorheen Wat moet ik nou? Doet u open! Jaja, één moment. Ik kom net uit het bad. Even iets aanschieten. Even geduld! Geen smoesjes, alstublieft! Nee, dat is geen smoesje. Zo, gauw even m'n kop onder de kraan. Nu maar gauw open doen. Een aardige smoes, meneer Christian. In bad, hè. Dat zit u toch. Ik had niet eens de tijd om m'n haren te kammen. Mmm. Meneer Christian. Een voorbijganger heeft een ernstige beschuldiging tegen u geuit. Hij heeft de Slork hier naar binnen zien gaan en u heeft 'm geholpen. Nou zeg, wat een onzin. De Slork helpen. Ik zou niet eens durfen, die engerd. Dat is ook wat moois. Wie zei dat? Wie zei wat? Ik hoorde niets. Ik hoorde duidelijk een stem. Een zware stem. Oh, dat zal de radio zijn ofzo. Mmm, verdacht! Maare, ik heb echt geen Slork gezien. Hoe zag die voorbijganger d'r uit als ik vragen mag? Hoezo? Nou, hier verderop woont er één die niet goed snik is. Ziet u? Ongevaarlijk hoor. Maar hij fantaseert er nogal op los. Laatst had ie verzonnen dat ik veertien Russische spionnen in mijn kelder verstopt had. En was dat niet zo? Ik heb niet eens een kelder. Mmm. Nou, misschien is het diezelfde persoon wel geweest. Nogal lang, mager en rood haar. Ja hoor, dat is 'm. Dan moesten we het er maar bij laten. Maar we houden u in de gaten, meneer. Mooie boel is dat. Ik ben geen misdadiger. Ach meneer, wat niet is, kan nog komen. Nou wordt ie helemaal mooi! Het is toch niet te geloven. Is uh, uh, uh, is is ie weg? Nee, nog niet. Blijf alsjeblieft nog even in de keuken. En had je mond gehouden, zeg. Bijna had ie me te pakken. En dan had 't er voor jou ook niet zo leuk uitgezien. Sorry! Kijk, nou staat ie voor het raam te loeren. Wacht maar. Dennie doet de gordijnen dicht. Ziezo, met de gordijnen dicht kan ie me echt niks maken. Kom maar weer tevoorschijn. En zo ontsnapte Dennie aan de politie. Langzamerhand begon het tot hem door te dringen, dat het wel een hele eer was om als eerste mens kennis gemaakt te hebben met iemand van een andere planeet. Hé Slorkie, wat moeten we nou verder? Je kunt niet al die tijd hier blijven. Je zult toch eens terug moeten naar je vriendjes en naar Nardja. Hoe krijgen we dat voor mekaar? Dat is toch niet zo moeilijk. We wachten gewoon tot het donker is. Tja, dat is een idee. Doe ik intussen (gaap) een tukkie. Nog nooit had iemand een Slork zien slapen. Daar was op zich weinig aan te zien, maar aan te horen des te meer. 't Geluid wat hij erbij maakte, was het vreemdste wat Dennie ooit gehoord had. Dennie werd er slaperig van. En voor ie het wist, was ie zelf ook in slaap gesukkeld. Intussen waren Slork's vrienden, Pio en Niro, aardig ongerust geworden. En deden hun uiterste best om contact te krijgen met de Slork. En eindelijk lukte dat. Toen Dennie dan ook wakker werd......... Hé Slork, waar zit je? Slork, Slorkie. Nergens te zien. Hij zal toch niet zomaar weer vertrokken zijn? Hé, wat is dat? Een briefje in m'n schrijfmachine: "Beste Dennie, hoewel ik nooit zal vergeten wat je voor me deed, moest ik er toch vandoor. Mijn vrienden riepen me en ik moet hun altijd gehoorzaam zijn. Groetjes, de Slork". Hier begrijp ik geen sikkepit van. Hoe heeft hij dat briefje geschreven zonder handen? Oh, wacht. Daar staat nog wat bij: "Als je je soms afvraagt hoe ik dit geschreven heb, ik heb ook nog een staart" Hahahaha, wat een mal beest is het toch. Maar ik ga 'm achterna. Dennie rent naar buiten. Het is duidelijk te zien waar die naar toe gegaan is. Wat een voetsporen. Oh, hij is de kant van het paardeweitje opgegaan. Als ik nou nog maar op tijd ben. Dat moet de vliegende schotel van Pio en Niro zijn. Kom op, Dennie. Kom op, man. En Dennie zette 't op een lopen. Hij moest en zou de Slork nog een keer spreken. En wat 't belangrijkste was, een foto van 'm maken. Anders zou niemand 'm ooit geloven. Toen ie bij het paardeweitje aankwam, was ie te verbijsterd om echt de foto van z'n leven te maken. Daar stond een echte vliegende schotel. Groot, glanzend en helblauw. Dennie zag nog net hoe de Slork een luik binnen wipte. Slorkie, wacht! Wacht op me! Kom d'r uit! Nog één keer. En hij rende naar de vliegende schotel. Met beide vuisten bonkte hij op de metalen huid van het toestel. Maar er gebeurde niets. Plotseling begon de schotel te sidderen en te gieren. En Dennie voelde een enorme hitte. Hij moest wel bij de vliegende schotel vandaan gaan. Weg! Hij is weg en niemand zal me geloven. Hier, hier is die vliegende schotel geweest. Kijk maar naar het gras. Het is geschroeid. Maar niemand zal me geloven. Niemand zal geloven dat ik de Slork echt heb gesproken en dat ik 'm elektriciteit te eten heb gegeven. Ach, het is zo jammer! Hé, wat ligt daar? En Dennie raapte uit het gras een kokertje op. Een zwart metalen ding dat warm aanvoelde. Voorzichtig schroefde Dennie de dop eraf........ Nee maar. Hoe is dat nou mogelijk. Een foto van de Slork en mij. Bij mij thuis genomen. Dat is prima En die avond pakte de liedjeszanger Dennie z'n gitaar en maakte een nieuw liedje dat ie de naam gaf: "Als ik naar de sterren kijk..." Als ik naar de sterren kijk in 't nachtelijk blauw Oh, m'n beste Slorkie, dan denk ik weer aan jou Als ik naar de sterren kijk met.................. |
